Deze week vond in de raad de discussie plaats over de resultaten van de officiële raadsenquête, die is gehouden naar aanleiding van de merkwaardige taxatieresultaten uit 2005. Tegen 25% van alle aanslagen werden bezwaarschriften ingediend, waarvan de helft toegewezen. Waarschijnlijk is deze discussie voor de inwoners nu niet echt begrijpelijk.
Wij praten over de taxatieresultaten uit 2005 op basis van een taxatiedatum 2003. Terwijl de aanslagen voor dit jaar (op basis van taxatie per 1 januari 2007) waarschijnlijk al in de postkamer klaarliggen voor verzending. Men maakt zich wellicht meer zorgen over de hoogte van de aanslagen nu dan over die van toen…
Het enquêterapport heeft duidelijk gemaakt dat de WOZ-taxaties door de organisatie als een ambtelijk administratief proces worden gezien, terwijl de ontvangst van de taxatieresultaten door de inwoners als een van de meest beladen contactpunten met de gemeente geldt.
De raad heeft verschillende middelen om zijn controlerende taak inhoud te geven. Vragen stellen, interpellaties houden, het instellen van de rekenkamerfunctie. Het meest ingrijpende middel is het houden van een raadsenquête. Dat middel is nu toegepast en hieraan is zeer uitvoerig en zorgvuldig inhoud gegeven. Vier raadsleden en twee griffiers hebben er veel tijd aan besteed. Stukken gelezen, gesprekken met betrokkenen houden, openbare verhoren en tot slot de rapportage met aanbevelingen en adviezen.
Was de enquête nodig? Dat heeft Hart voor Blaricum zich afgevraagd, want je zou kunnen zeggen dat het apparaat en het college toch zicht hadden op het hele taxatieproces. Maar als we nu het hele verslag van de enquêtecommissie lezen, dan zien we dat de enquête kennelijk toch nodig was. Stap voor stap lezen we waar de fouten zaten. Waarschijnlijk bestond intern geen volledig zicht op de gevolgde procedure. Nu lezen we stap voor stap.
-
Dat modelmatige taxatie door wethouder Begeer in 2003 als een middel werd gezien om voor de toekomst het werk te vereenvoudigen. Omdat nu niet meer 4-jaarlijks maar 2-jaarlijks en later ieder jaar taxaties zouden moeten plaatsvinden.
-
Dat wethouder Begeer ook hoopte dat samenwerking met Laren tot efficiencywinst zou leiden. Ook daar had men voor extern bureau TOG gekozen bij het modelmatig taxeren (met behulp van modellen van woningen in de computer).
-
Dat de taxaties binnen het gemeentelijk apparaat echter als een project gezien bleven worden en niet als onderdeel van het vaste werkproces.
-
Dat er pas na een interne reorganisatie duidelijkheid ontstond over wie de leidinggevende was.
-
Dat er veel wisselingen waren in de contacten met TOG, en dat de communicatie over het werkproces moeilijk verliep.
-
Dat er enorm hard gewerkt is door de verantwoordelijke medewerkers van de gemeente om de bestanden op peil te krijgen, en dat zij zich hierin alleen voelden staan.
-
Dat het hoofd van de betreffende afdeling achteraf constateert dat hij wellicht ook harder aan de bel had moeten trekken om meer aandacht voor de problemen op de afdeling te vragen.
-
Dat de verantwoordelijke wethouder Heybroek in september 2004 betrokken werd bij de onvolkomenheden in de taxatiegegevens, mede ook omdat de landelijke Waarderingskamer aan de gemeente heeft bericht dat de aanslagen niet de deur uit zouden mogen.
-
Dat vervolgens een bestuurlijke afweging is gemaakt om de aanslagen begin 2005 toch te versturen en daarbij de onvolkomenheden voor lief zijn genomen, mede omdat de Waarderingskamer het groene licht gaf.
De volgende argumenten waren doorslaggevend bij het toch uitdoen van de aanslagen:
-
Men had altijd al verwacht dat de modelmatige taxatie tot grote problemen zou leiden, bij alle gemeenten in het land. In de Tweede Kamer was dit zelfs aan de orde.
-
Men had om die reden verwacht dat er veel bezwaren zouden kunnen komen.
-
Men heeft de aanwezigheid van fouten afgewogen tegen het belang van het op tijd versturen van aanslagen waarbij later een en ander eventueel bijgesteld zou moeten worden. Men zag geen andere mogelijkheid de achterstanden en fouten helemaal op tijd te verwerken.
-
Men besloot dus de aanslagen toch te versturen, wetende dat er fouten in zouden kunnen zitten.
En dan begint begin 2005 ons verhaal. Het verhaal van de gemeenteraad. Dan horen wij van inwoners heel vreemde taxatieresultaten, onevenwichtige en onverwachte verhogingen. Maar ook heel vreemde verlagingen… Dan stellen wij hierover vragen.
En dan gebeurt er iets geks. Dan wordt de boodschapper gestraft. Dan wordt Hart voor Blaricum bij sommigen de schuldige, en dan gaat er iets mis in de communicatie. Daar gaat het nu over in de politiek. Dat op belangrijke momenten niet duidelijk is of er iets ernstigs aan de hand is als dat wat de een stelt door de ander wordt ontkend. En omdat de waarheid bij niemand volledig bekend is ontstaat er een vrij heftige politieke discussie. Een soms onnodige politieke discussie, zo blijkt nu. Want nu staat onomstotelijk vast dat er fouten te verwachten waren en dat het bekend was.
Met deze rapportage van de enquêtecommissie hebben we de waarheid grotendeels achterhaald. Dat is zeer waardevol. Dan rest de vraag: wat doen we daar nu mee? Dan zijn we blij dat het voltallige college de verantwoordelijk neemt door de aanbevelingen over te nemen, en dat het college erkent dat de werkwijze voor de WOZ-heffingen verbetering behoeft. En dat er al stappen zijn gezet in de afgelopen jaren. Maar dan blijven nog twee zaken liggen waarover we zeer graag nog iets willen horen.
-
Op welke wijze is aan verbeteringen gedacht en op welke wijze is eraan gewerkt, ook in de periode voordat de BEL-combinatie van start is gegaan?
-
Dan blijft ook liggen dat we moeten voorkomen dat tussen raad en college hierover onduidelijkheden blijven bestaan in de communicatie. De democratie vergt dat helderheid over de feiten belangrijk is. Dat de feiten geordend worden en de afwegingen zichtbaar worden, indien er achteraf discussie ontstaat en onrust zichtbaar is. Op dat punt horen we graag nog van de toenmalige wethouder waarom de hier genoemde overwegingen achteraf niet met de raad gedeeld zijn, toen begin 2005 de vragen in de raad aan de orde kwamen. Dit had wellicht een moeizame politieke discussie en dit deze enquête kunnen voorkomen. Zeker achteraf met de kennis die wij nu allen delen is dit een terechte vraag!
Naar aanleiding van onze vragen en die van andere partijen schorste de raadsvoorzitter de vergadering. Wethouder Heybroek had voorafgaande aan de behandeling van het onderwerp in de raad een verklaring afgelegd, waarin hij ondermeer de volledige politieke verantwoordelijkheid voor deze gang van zaken erkende, en hij herhaalde deze later nog eens. Het voltallige college heeft zich achter de aanbevelingen van de enquêtecommissie gesteld en vervolgens heeft de raad deze ook overgenomen.
We hopen er het beste van… en wachten met spanning de reacties van de inwoners af op de inmiddels deze week verstuurde WOZ-taxatieresultaten per 1 januari 2007.